U bevindt zich hier:

Oefening

Staande Chi Kung (1)

Staande Chi Kung (2)

Volledige gezondheid

Beschreven medische waarde van Tai Chi

Gedocumenteerde medische voordelen van Tai Chi

De Golden Flower gemeenschap

Energie - De echte leraar

Arm Cirkel Oefeningen

Po Chi oefeningen

De Tien Punten van Yang Cheng Fu

Yi leidt de Qi, Qi leidt de Li

De Wapenwet en Zwaarden

Kleine Cirkel Ademhaling

Energie Circulatie Oefeningen

Is Tai Chi Chuan the same as Taijiquan?

De Dui-fang

Boekenlijst

Uitgaven van Golden Flower Leden

Downloads

Algemeen:

Startpagina

Contact

Links

Copyright

Disclaimer

Site-overzicht

In vechtsporten vecht je tegen een ander. Deze wordt dan de tegenstander genoemd. Een strijder spreekt over de opponent of zelfs de vijand. Deze benamingen geven het gevoel dat je tegen een probleem moet vechten, een obstakel moet overwinnen. Jij bent ‘goed’ en je vecht tegen het ‘kwaad’, het ‘verkeerde’.

De Chinese term voor degene tegenover je in de ring is ‘dui-fang’ (spreek uit ‘dwee-fang’). Hier is geen goede Nederlandse vertaling voor. Het best kan je het hertalen naar ‘de andere zijde’ of ‘de overkant’. Wanneer je aan de oever van een rivier staat, is de andere zijde de overkant. Aan tafel is je disgenoot aan de andere kant van de tafel. In geen enkel opzicht gaat het hier over wie goed is en wie slecht of tegen wie je moet vechten. Je bent samen iets aan het doen, geen van beide hoeft iets te winnen of heeft iets te verliezen. Er is geen oordeel aan verbonden.

Wanneer je het hebt over de tegenstander, dan is er gelijk een spanningsveld, weerstand. Een tegenstander is iemand die je tegen staat, gevaar dreigt. Het wekt een spanningsveld op, weerstand, zowel in lichaam als geest. Hoe vaak zie je anderen als je tegenstander? Wellicht je baas, concurrent of zelfs je collega’s. Of misschien je huisbaas, je buren, je ouders, je kinderen, de (plaatselijke) overheid? Vecht je tegen een ongewenste situatie waar je je in verkeerd?
Met je dui-fang ben je samen aan het werk om een situatie op te lossen.

Het is een mythe dat het leven zwaar en moeilijk is.
De hardnekkige veronderstelling dat je in je leven strijd moet leveren om succesvol te zijn is een mythe die bijzonder vermoeiend is. Het is inspannend en verspilde energie. Een strijder is altijd in spanning. Wanneer succes dan eindelijk komt, is het moeilijk om ervan te genieten omdat je blij bent dat het voorbij is. Als een keer succes makkelijk komt, vertel je jezelf dat het een gelukje is.
Een krijger gaat voor ‘makkelijke’ successen. Als een krijger moet vechten, wil hij dat het zo snel mogelijk voorbij is. Zo min mogelijk energie verspillen aan het gevecht. Dan is er meer energie voor (weder)opbouw.
Een strijder vecht tegen iets, een krijger vecht voor iets.

Samen met de dui-fang kan je werken aan wederzijds succes. Zelfs in de vechtkunst werk je samen om te leren, de kunst te verdiepen. Je kunt een partij verliezen, je wint nieuwe inzichten en je weet waar je aan moet werken om de volgende partij te kunnen winnen. Een krijger verliest nooit.

Wanneer je dit principe toepast in jouw leven of werksituatie, dan hoef je ook niets meer verliezen. Zie je leidinggevende, je concurrenten, etc. als je dui-fang, de overkant. Als je werkt aan jouw eigen succes is het niet nodig om ze als jouw tegenstanders te zien. Ze zijn juist deel van de oplossing om jouw uitdagingen aan te gaan, zodat jij succes kunt krijgen.

Job Koesoemobroto, 10 november 2011
Met dank aan Laoshi Scott M. Rodell voor zijn wijze lessen en zijn boek Taiji Notebook for Martial Artists, ISBN 0-9743999-3-0